Het is een feestje dat volledig overgeslagen is, en ook ik kom er ruimschoots een jaar te laat mee aanzetten: 12½ jaar DAB in Nederland. Een terugblik over ‘de radio van
de toekomst’, en een vraag: is dit het nou?.

Mijn allereerste DAB radio heb ik in Denemarken gekocht, in 2003. Daar werd toen al geëxperimenteerd met DAB, Nederland zou in 2004 volgen, en dan kan je zo’n
radio maar beter alvast in huis hebben, nietwaar? Danmarks Radio was begonnen met het uitzenden van programma’s P1, P2, P3 en een aantal experimentele
kanalen op DAB. De dekking viel behoorlijk tegen, maar met wat verlengsnoeren was het goed te doen in de tuin. Oké, dit was de radio van de toekomst. Het klonk geweldig! Ik was om.

Terug in Nederland heerste de volstrekte stilte op mijn DAB radio, en ik sprong dan ook een gat in de lucht toen de melding kwam, dat de eerste, tijdelijke, DAB zender
in Amsterdam in de lucht was gekomen, en als een gek stoorde op het kabelnet (al bleek dat een geval te zijn van verkeerd aangesloten televisies). Het was februari 2004. Vanaf de allereerste dag zat ik op DAB, en ben er nooit meer weggegaan. Wel kwam er hals over kop een DAB buitenantenne, waarmee de maximale ontvangst gerealiseerd kon worden. Het verschil tussen ‘buitenbereik’ en ‘binnenbereik’ was vanaf de start volstrekt, en pijnlijk, duidelijk.

Vanaf dag één is er nauwelijks enige ruchtbaarheid gegeven aan het DAB experiment, en het bleef beperkt tot de Randstad en de zender Mierlo (die dan ook nog eens
plotseling verplaatst werd naar Alkmaar). Vanaf het begin zat er meteen een adder onder het gras: er zou op den duur een nieuwe DAB norm komen, inmiddels bekend als DAB+. Voorbereid op de toekomst, werden hier ten huize alle radio’s vervangen door een DAB/DAB+ ontvanger. De overschakeling van DAB naar DAB+ verliep derhalve vlekkeloos.

2017. De DAB+ netwerken zijn inmiddels wel zo’n beetje uitgerold. Het CBS meldt dat de naamsbekendheid van DAB+ is gestegen tot 37%, en dat het aantal huishoudens,
dat de beschikking over een DAB+ ontvanger heeft, langzaam maar zeker de 15% nadert. Na dik dertien jaar nou niet echt iets om over naar huis te schrijven.
Een lokaal experiment in Zuid Holland heeft iets aan het licht gebracht, dat proefondervindelijk al bekend was: een radiostation heeft meer aan één krachtige DAB+ zender, dan aan drie laag vermogen zenders. En daar is een hele duidelijke reden voor: ‘Thermo dubbel glas ramen’ zijn regelrechte ‘DAB+ signaal killers’. DAB+ zenders hebben domweg meer vermogen nodig, om een ‘binnenhuis’ ontvangst mogelijk te maken.

Bij de introductie van DAB/DAB+ ging het hoofdzakelijk om twee zaken: een superieure geluidskwaliteit en meer keuze mogelijkheden. Dat eerste is zonder meer waar, mits een zender genoeg vermogen heeft voor binnenhuisbereik, en de zender niet te hard knijpt op het aantal Kbps (wat nu haast nog regel is). Het tweede punt is moeizamer. DAB+ is een kopie geworden van de FM band, met een paar
toevoegingen. De regionale omroepen hebben een veel groter bereik gekregen (krankzinnig!), en als een duveltje uit een doosje kwam opeens de BBC World Service aanzetten. Verder is het heel veel meer van exact hetzelfde geworden.

Is DAB+ ‘de radio van de toekomst’ geworden? In technisch opzicht wel degelijk, al moeten de zendvermogens omhoog. Maar het voorgespiegelde verruimde aanbod? Laat ik voorzichtig zijn: dat valt vies tegen. Zal dan toch Internetradio de uiteindelijke winnaar worden? Het zou zo maar kunnen.